De onderhoudskosten voor een monumentenpand zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als persoonsgebonden aftrek. Tot de onderhoudskosten worden gerekend de kosten om het pand in bruikbare staat te herstellen of te houden, voor zover deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt.


Inzet van een procedure was de vraag of ook de kosten van het onderhoud van de bij een monumentenpand behorende tuin aftrekbaar zijn. Het ging er met name om of voor aftrek van deze kosten voldoende is dat het woonhuis een monumentenpand is en de tuin een aanhorigheid is bij het woonhuis, of dat voor aftrek nodig is dat ook de tuin een monument is. Voor de toepassing van de eigenwoningregeling behoort een tuin als aanhorigheid tot de eigen woning.
Hof Arnhem-Leeuwarden leidt uit de tekst van de Wet IB 1964 en uit de wetshistorie af dat de wetgever de bedoeling had om met de aftrek van onderhoudskosten aan te sluiten bij de destijds geldende Monumentenwet. De vervanging van de Monumentenwet door de Monumentenwet 1988 en van de Wet IB 1964 door de Wet IB 2001 hebben daarin geen wijziging gebracht. Dit betekent volgens het hof dat voor aftrek van de onderhoudskosten van de tuin vereist is dat de tuin een monument is of als onderdeel van een monument is ingeschreven in het monumentenregister.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLINLGHARL20176780, 16/00884 | 24-08-2017